INTERVIEW


Grip op de handelsketen

Zekerheid over de herkomst van producten en materialen wordt steeds belangrijker gevonden. Niet alleen bij overheid en bedrijfsleven, maar ook bij consumenten neemt die belangstelling toe. Daarmee groeit tegelijk de behoefte aan eenduidige en uniforme afspraken over hoe producten door een handelsketen gaan. De onlangs gepubliceerde norm ISO 22095 ‘Chain of Custody - General terminology and models’ voorziet hierin.

Door Michiel G.J. Smit

'Voor dit product is uitsluitend duurzaam geproduceerd hout gebruikt.' Voor velen is dit een welgevallige boodschap als er een meubel wordt aangeschaft. Maar hoe weet je of dat echt zo is? Een keurmerk garandeert dat, onder meer door in de gaten te houden waar het hout precies vandaan komt en onder welke omstandigheden het is geproduceerd, ook wel 'due diligence' genoemd. Omdat je niet ieder houtproduct van boom tot consument kunt volgen, moet je je daarbij richten op de handelsketen ofwel de 'Chain of Custody-partijen', die hout leveren, opslaan, bewerken en doorvoeren.

Voor Rob Busink, werkzaam als senior beleidsmedewerker bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), waren vragen over duurzaam hout en bestrijding van handel in illegaal gekapt hout het startpunt om te werken aan standaardisatie van handelsketens. Hij was de voorzitter van het ISO Project Committee dat dit heeft uitgewerkt, resulterend in de internationale norm ISO 22095. 'Vanaf het begin was het eigenlijk wel duidelijk dat we streefden naar een generieke norm, want iedere branche heeft met handelsketens te maken die in essentie niet van elkaar verschillen', zegt Busink. Leon Mol, werkzaam als directeur Product Safety & Social Compliance bij retailconcern Ahold Delhaize en lid van het ISO Project Committee, valt hem bij. 'Of je nu hout, rookworsten of elektronica produceert, je hebt allemaal te maken met dezelfde vragen rond de Chain of Custody.' Ook voor Eddy Esselink, eveneens lid van de projectcommissie en programmamanager Sustainable Development bij ketenorganisatie MVO voor vetten en oliën, was het direct duidelijk. 'Alle partijen in de keten, van producent tot consument, hebben baat bij heldere definities over handelsketens.'

Keur aan partijen Het van oorsprong Nederlandse initiatief werd daarom breed ingestoken en dat is terug te zien aan de keur aan partijen die om tafel zat. Afkomstig uit verschillende landen, maar ook vanuit verschillende rollen. Busink: 'Een partij als Amnesty International is erbij betrokken geweest, maar ook bijvoorbeeld ABN AMRO Bank. Want ook een bank heeft er alle belang bij om helder zicht te hebben op de handelsketen. Als een investeringsproject bijvoorbeeld omstreden is en het wordt afgeblazen, kan dat veel geld kosten.' Er waren natuurlijk al voordat de projectcommissie van start ging indelingen en definities in omloop. 'Die vormden voor ons het uitgangspunt', zegt Esselink. 'Wij hebben ons vooral gericht op het eenduidig maken van de gangbare indeling, als het ware een woordenboek gemaakt zodat iedereen dezelfde taal spreekt.' De indeling is gebaseerd op de mate waarin en de manier waarop in een handelsketen producten van verschillende herkomst en met verschillende productiemethodes zijn gemengd. Het gaat om vijf Chain-of-Custody-modellen: Identity Preserved, Segregated, Controlled Blending, Mass Balance en Book and Claim. Bij de eerste (Identity Preserved) komt alles uit één (gecertificeerde) bron die in de hele keten gescheiden blijft. Bij de laatste (Book & Claim) kan de eindgebruiker certificaten kopen die garanderen dat een x hoeveelheid volgens specifieke voorwaarden wordt geproduceerd, bijvoorbeeld met het oog op duurzaamheid. De andere modellen zitten daar tussenin. Geen normatieve uitspraak 'De door ons ontwikkelde norm doet geen normatieve uitspraak over de Chain-of-Custody-modellen', geeft Mol aan. 'Het ene model draagt niet per definitie meer bij aan het behalen van doelen dan het andere. De indeling geeft mogelijkheden om te kiezen voor een mengvorm die past bij de doelstellingen. Als je bijvoorbeeld een papierfabriek hebt, kun je niet in één keer overschakelen op één specifieke bron van herkomst; je zou de productielijn niet draaiende kunnen houden. Maar je kunt wel werken met een "transitiescenario", waarbij je, geholpen door onze norm, steeds meer duurzame bronnen kunt aanwenden.' De ene mengvorm is dus niet te verkiezen boven de andere, maar Busink gaat nog een stap verder. 'ISO 22095 zegt op zichzelf niets over maatschappelijk verantwoord, veilig of duurzaam produceren. Dat loopt namelijk via certificeringsschema's. Deze norm is daar een hulpmiddel bij, niet meer en niet minder.' Maar wel een hulpmiddel waar bedrijven, overheden en consumenten veel baat bij kunnen hebben, benadrukken de drie commissieleden. Mol: 'Wij kunnen hierdoor ons werk bij Ahold Delhaize flexibeler doen en meer leveranciers een kans geven omdat we nu eenduidige definities hebben. Esselink: 'Producenten kunnen worden aangezet om samen te werken in het eenduidig aanbieden van hun producten, waardoor ze meer waarde krijgen.' Tenslotte: steeds bredere implementatie De initiatiefnemers hebben er vertrouwen in dat de norm stapsgewijs breed wordt geïmplementeerd in allerlei systemen, bijvoorbeeld wanneer een (duurzaamheids)standaard aan herziening toe is. De snelheid waarmee het initiatief internationaal en intersectoraal werd omarmd, is daar een duidelijke aanwijzing voor. Gelukkig, want hoe meer ISO 22095 wordt toegepast, hoe meer deze bijdraagt aan goed functionerende, betrouwbare handelsketens.