Universele lader voor smartphones en tablets

De Europese Commissie wil één universele oplaadkabel

De Europese Commissie (EC) wil één universele kabel om alle smartphones en tablets te kunnen opladen. USB-C moet volgens de commissie de standaard worden. De EC heeft hiervoor een wetsvoorstel ingediend. In dit artikel vertelt Willem Wolf, Business Unit-manager Elektrotechniek & ICT bij NEN, meer over USB-C en de rol van normalisatie hierbij.

Bijna iedereen heeft een smartphone en een tablet. In veel huishoudens zijn ook spelletjescomputers, e-readers en oplaadbare elektrische apparaten te vinden. Hoe makkelijk zou het zijn als je niet steeds naar de juiste oplader hoeft te zoeken? Maar er zijn nu nog veel verschillende soorten interfaces (poorten) voor onder andere power, data communicatie, audio en video. USB-C is ontwikkeld om hiervoor één goedkope universele poort te hebben. Veel makkelijker en bijkomend voordeel: ook de hoeveelheid afval wordt zo beperkt.

De kracht van normen: USB-C wordt massaal toegepast

De USB-C oplader wordt wereldwijd door veel bedrijven gebruikt in miljoenen producten. USB-C is niet alleen de poort voor het opladen, maar ook de overdracht van audio, video en data. Je ziet nu al dat bedrijven deze communicatie- en powerpoort massaal vrijwillig toepassen op hun producten. Maar er zijn ook fabrikanten die een eigen specificatie gebruiken. Zo gebruikt Apple geen USB-C, maar een zelf ontwikkelde poort en bijpassende oplader. In de praktijk betekent dit dat je iPhones en iPads alleen kunt opladen met een Apple-oplader.

Wie kan afdwingen dat het anders moet?

Dat zijn twee partijen: de consument en de wetgever. Normalisatie heeft een belangrijke rol gespeeld bij de komst van één universele USB-C poort en oplader voor verschillende apparaten. De consument zou de toepassing door alle fabrikanten kunnen afdwingen net als destijds bij de ‘çhipknip’ als betaalmiddel. Omdat consumenten deze dienst niet overal konden gebruiken, lieten ze het links liggen. Banken zagen dat de consument dit niet wilde en gingen overstag, waardoor je tegenwoordig overal met dezelfde pas kunt betalen. Dit doet de consument niet bij USB-C. Daarom zag de Europese Commissie zich genoodzaakt om het toepassen van de norm van overheidswege af te dwingen.

Normen voor USB-C

Sinds 2014 bestaan er al normen voor USB. USB-C is bedacht en gemaakt door het consortium “USB Implementers Forum (USB-IF)”. Zij hebben via de International Electrotechnical Commission (IEC), de internationale vereniging voor electrotechnische normalisatie, ervoor gezorgd dat wereldwijd iedereen over deze technologie kan beschikken. De normen voor USB en ook USB-C vallen onder de normalisatiecommissie IEC TC 100 - “Audio, video and multimedia systems and equipment”. In Nederland volgt NEN via de spiegelcommissie NEC 100 de ontwikkeling van deze normen. IEC-normen worden door CENELEC (als EN-IEC) overgenomen voor harmonisatie binnen Europa. Bij NEN is deze norm verkrijgbaar als NEN-EN-IEC 62680 “Universal serial bus interfaces for data and power".

We vroegen Henk de Vries, Professor of Standardisation Management, Erasmus Universiteit, om een reactie.

Apple is tegen de Europese plannen, omdat het onder andere innovatie in de weg zou zitten. Hoe ziet u dit?

‘Apple heeft op het eerste gezicht een punt. Deze norm gaat over een interface. Een interface heeft een compatibiliteitsnorm nodig om stabiel in de tijd te zijn. Een dergelijke norm specificeert een oplossing in plaats van een prestatie-eis, dat is onvermijdelijk. Deze oplossing, en geen andere, dus in die zin hindert dit innovatie. Maar compatibiliteitsnormen zijn juist nodig om de stabiliteit te geven die innovatie mogelijk maakt van de twee entiteiten die worden verbonden. Producenten hoeven zich dan niet druk te maken over de interface tussen, in dit geval, de opladers en de apparaten die worden opgeladen. De producenten daarvan, bestaande spelers en nieuwe toetreders, kunnen die standaard interface gebruiken om hun innovaties in de markt te zetten. Dankzij de standaard interface kunnen dit dus verschillende spelers zijn, er kan concurrentie zijn en dat stimuleert innovatie.’

‘Op een gegeven moment wordt het ook wenselijk de interface te vervangen door een betere en daarvoor is dan opnieuw een norm nodig. Overigens bestaat de oplader van Apple ook al jaren. Dat alleen al haalt hun argument onderuit. Daarmee zijn ze een voorbeeld van een trend in de wereld: normalisatiediscussies willen beslechten met machtsvertoon waarbij halve waarheden niet worden geschuwd, in plaats van deelnemen op basis van argumenten en wetenschappelijke inzichten. Die trend botst hier op de positieve trend die er ook is: die van meer aandacht voor maatschappelijke belangen.’