Sterke focus op ondernemerschap

Interview met Martin Luxemburg, Directeur Erasmus Centre for Entrepreneurship

De Erasmus Universiteit Rotterdam is meer dan honderd jaar geleden opgericht door ondernemers. Vanuit dit fundament is een sterke focus op ‘ondernemerschap’ gebouwd. We vragen Martin Luxemburg, sinds 2016 directeur van het Erasmus Centre for Entrepreneurship, hoe hij deze focus handen en voeten geeft in de praktijk.

Wat doen jullie bij het Erasmus Centre for Entrepreneurship?

Erasmus Universiteit Rotterdam heeft een lange geschiedenis op het gebied van ondernemerschap, maar een universiteitsbreed centrum is er nooit geweest. Op verzoek van de twee grootste faculteiten, Rotterdam School of Management en Erasmus School of Economics hebben we al die ervaring en geschiedenis in 2013 in één centrum samengebracht. Een plek waar men de kennis en het netwerk van de universiteit op het gebied van ondernemerschap probeert te vertalen naar maatschappelijk nut. De Erasmus Universiteit Rotterdam publiceert Europees gezien de meeste top A publicaties op dit thema. Inhoudelijk gaat dit van de betekenis van ondernemerschap voor het individu, tot aan de macro-economische effecten ervan. Ons belangrijkste doel, als Erasmus Centre for Entrepreneurship, is om deze kennis te vertalen naar de markt. Soms is dat gericht aan de ondernemer, maar ook bijvoorbeeld aan het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, of de Nederlandse markt.

Zit het ondernemerschap bij jou ook in hart en nieren?

Absoluut! Na het afronden van mijn Master in Finance in 2009 ben ik mij samen met drie compagnons gaan richten op ondernemen. We zijn een consultancy bedrijf gestart dat zich voornamelijk richtte op de uitvoer van projecten op het gebied van innovatie en universiteiten. Bijvoorbeeld het projectmanagement van een subsidieregeling uitrol, of het organiseren van een ondernemersbijeenkomst. De droom die wij deelden was: bedrijven bouwen of helpen groeien die een markt kunnen disrupten. Het moest bij ons altijd op een andere manier gaan, want zonder verandering geen vooruitgang. Ons palet aan activiteiten heeft zich enorm uitgebreid en groeit nog steeds. Zo zijn we in 2012 het initiatief ‘Get in the Ring’ gestart; een mondiaal start-up platform actief in 107 landen, waarmee we ons richten op het scouten en matchen van innovatieve start-ups en scale-ups. Daarnaast voeren we consultancy opdrachten uit en investeren we zelf ook in bedrijven als een Venture Capital partij. Dit allemaal doen we onder de naam Unknown Group.

En ik zag dat jullie je onlangs ook naar het onderwijsveld hebben begeven met een ‘Global School for Entrepeneurship’, vertel!

Klopt, een van onze participaties is een private HBO instelling die we drie jaar geleden gekocht hebben. Een van de opleidingen die we aanbieden is geënt op het starten van een bedrijf en tegelijkertijd je HBO diploma halen. De onderwijsmarkt is een lastige om in te innoveren, maar deze zet laat zien dat het kan. Een focus op ondernemen en toch je diploma halen. Onderwijsinstellingen maken geleidelijk de shift naar een meer moderne vorm van onderwijs waarbij niet alleen gefocust wordt op hard skills, maar ook op de meer ondernemende soft skills, zoals interpersonal skills en problem solving. Ons HBO programma is echter andersom, je leert aan de hand van de ervaring die je opdoet als ondernemer. Alle stof die je krijgt, pas je direct toe in je eigen start-up.

Ik heb begrepen dat Erasmus Centre for Entrepreneurship ook een betrokken partner van Techleap is. De website van Techleap opent met de uitspraak 'Our common goal is to help the Netherlands become Europe’s most well-connected and largest start-up ecosystem!' Kun je toelichten hoe Erasmus Centre for Entrepreneurship Nederland helpt om die doelstelling te bereiken?

Wij brengen het perspectief en inzichten op het gebied van start en groei van bedrijven middels onderzoek. Er wordt nu bijvoorbeeld veel gefocust op scale-ups, iedereen heeft het erover dat het belangrijk is, en hoe deze snel groeiende ondernemingen het beste te kunnen stimuleren. Erasmus Centre for Entrepreneurship biedt wetenschappelijke kennis over het hoe en waarom bedrijven groeien en die inzichten kunnen andere bedrijven en faciliterende organisaties helpen die groei te stimuleren en vast te houden. Zo is nu bijvoorbeeld een PhD student bezig met een model waar groeifactoren van meer dan honderd bedrijven in kaart worden gebracht.

Verder werken we over de hele breedte en kijken bijvoorbeeld ook naar het MKB, waarvan iets minder dan de helft nog altijd krimp. Als je die kunt helpen groeien heb je een veel grotere impact. Het gaat om het aannemen van een breder perspectief; niet alleen richten op die paar scale-ups, maar juist ook op de duizend andere MKB-bedrijven.

'De toegevoegde waarde van standaardisatie moet concreet en zichtbaar gemaakt worden. Met innovatieprogramma’s doen ze dat ook door middel van het schrijven van verhalen, puur om het effect te laten zien.'

Martin Luxemburg, Directeur Erasmus Centre for Entrepreneurship

Ik kan me voorstellen dat het voor bepaalde organisaties evident is om zich in ‘jullie’ ecosysteem te bewegen en actief op zoek te gaan naar kennis over ondernemerschap. Hoe zit het met organisaties die zich verder weg bevinden en misschien niet eens weten dat ze hulp nodig hebben?

Onze eerste klanten waren ING en DSM, zij zijn frontrunners als het gaat om innovatie onderdeel maken van de business. Ook dit soort organisaties hebben mensen nodig die dat kunnen – we noemen ze Innovation Drivers – en die trainen wij. Gelukkig zien we ook de minder voor de hand liggende partijen langskomen. Zo hebben we bijvoorbeeld medewerkers van de vakbond CNV getraind om een meer ondernemende mind-set aan te nemen, maar ook de directie van Ahoy, het innovatieteam van Landal Greenparks en Gemeente Zoetermeer. Enerzijds richten we ons op grote corporaties, maar we willen ook andere type organisaties aanspreken.

Wat is voor jullie de kern waarmee Erasmus Centre for Entrepreneurship het verschil maakt?

Uiteindelijk zit de meeste impact in het ondernemender maken van mensen en hen het vertrouwen te geven dat ze dingen kunnen veranderen in hun bedrijf of eigen rol. In onze programma’s is experiential learning onmisbaar, waarbij mensen de academische kennis toepassen op hun eigen casuïstiek en daarmee impact maken. Onze programma’s bereiken binnen en buiten Nederland ontzettend veel verschillende mensen. We faciliteren o.a. ‘train the trainer’ startup programma’s in landen in Afrika, versterken vrouwelijk ondernemerschap in het Midden-Oosten, trainen docenten van andere onderwijsinstellingen en we trainen corporate innovatie professionals en ambtenaren.

Je bent al ruim tien jaar actief binnen het ecosysteem, als je terugblikt op die periode, wat zie je dan?

Tien jaar geleden werd het belang van startups nog niet echt serieus genomen. Via onderzoek is aantoonbaar gemaakt waarom het belangrijk is. Door de jaren heen zijn er allerlei startup initiatieven ondersteund. Toen werd het gekoppeld aan valorisatie. Patenten stonden gelijk aan innovatie en ondernemerschap. In Rotterdam hadden we een ander insteek; onderwijs geven, zichtbaar zijn, netwerk delen. De universiteit werd onderdeel gemaakt van het ecosysteem. We zagen het belang van acteren met andere partijen, gezamenlijk onderzoek doen en programma’s opzetten. Op een gegeven moment liepen er zoveel initiatieven naast elkaar; Waarom allemaal eigen startprogramma’s, waarom eigen fondsen opstarten? Dat zagen we veel gebeuren. De overheid stimuleerde universiteiten om allerlei dingen zelf te doen, maar dan zodra het geld op is valt alles stil, omdat het geen onderdeel is geworden van universiteit. Dat zag je op een gegeven moment wel veranderen, men moest laten zien dat de aanpak duurzaam was.

Kun je iets zeggen over de relatie tussen Erasmus Centre for Entrepreneurship en NEN?

Iedereen in het ecosysteem heeft een rol, ook NEN als normalisatie instituut. Het is belangrijk om te weten van elkaar wat je doet, wat je deelt met elkaar en hoe je elkaars positie kunt versterken. Vanuit die kennis kun je elkaar vinden in programma’s of bijvoorbeeld gezamenlijk een onderzoek uit laten voeren. Erasmus Centre for Entrepreneurship vindt het belangrijk om de relatie met NEN goed te onderhouden. Zo nemen we ook samen met RVO, BlueDot, NL Ingenieurs en YES!Delft weer deel in de jury van de NENnovation awards 2020. Dan bouw je een relatie en de bagage op zodat je tegen startups kunt zeggen dat standaarden net zo cruciaal zijn als een financieel plan. NEN moet weten welke partijen er in het ecosysteem zijn waar je waarde aan toe kunt voegen. Je moet weten van elkaar waar je goed in bent. Dit is moeilijk meetbaar te maken, maar is ontzettend belangrijk. Een ecosysteem werkt zodra mensen elkaar kennen. Dat is wat we in Nederland moeten ambiëren.

Hoe kijk je naar de rol van NEN en normalisatie in het ecosysteem?

Ik kende NEN van naam, maar had er verder niet zo'n beeld bij. Ik zie nu dat er een beweging komt richting het ecosysteem. Dat is goed, daarmee zeg je wij vinden dat we een belangrijke rol hebben, maar mensen weten er te weinig van. Onbekend maakt onbemind. Op het moment dat je er tegenaan loopt ben je te laat. Hetzelfde geldt voor innovatie, als de omzet omlaag gaat ben je al te laat. We zoeken naar manieren om die boodschap duidelijker te maken. Bijvoorbeeld door aan te tonen dat een bedrijf na bepaalde aanpassingen sneller is gaan groeien. De toegevoegde waarde van standaardisatie moet concreet en zichtbaar gemaakt worden. Met innovatieprogramma’s doen ze dat ook door middel van het schrijven van verhalen, puur om het effect te laten zien. Je kunt elkaar versterken door onderzoek uit te voeren en dat te gebruiken als bewijsvoering. Zo hebben we bijvoorbeeld gesproken over een onderzoek naar de effecten van standaarden op de groei van bedrijven.