EDITORIAL


Ambitieuze doelen: loze beloftes of bronnen voor inspiratie?

Terwijl ik dit typ, ben ik op weg naar Kaapstad voor de algemene vergadering van ISO. ISO, de wereldwijde vereniging van 163 landelijke organisatie zoals wij, NEN. ISO wordt gekenmerkt door datgene waar alle grote wereldwijde organisaties helaas last van hebben: de soms wat trage besluitvorming, interne politiek en de enorme diversiteit tussen de leden. Ondanks dat, blijkt ISO toch opvallend succesvol en hetzelfde geldt voor IEC, het elektrotechnische zusje van ISO. Op de een of andere wijze slagen we met al die landen binnen ISO en IEC er in om wereldwijde standaarden met elkaar af te spreken.

Buiten het gezichtsveld van de vaak rauwe en rumoerige geopolitiek weven wij zo stap voor stap met elkaar een wereldwijd netwerk van inhoudelijke afspraken over allerlei producten en diensten. Afspraken die zorgen voor een groeiende internationale handel en welvaart, voor meer veiligheid, meer gezondheid en meer duurzaamheid. Een belangrijke inspiratiebron hiervoor vormen de Sustainable Development Goals (SDG's) van de VN. Zonder veel moeite kunnen we aantonen dat normalisatie bij kan dragen aan de meeste van deze zeventien doelen. Mooi voorbeeld is de door NEN geïnitieerde International Workshop Agreement 29 (professional farmer organisations). Deze draagt bij aan vijf van de doelen. De normen die in de watersector worden toegepast aan wel zeven doelen en zo zou ik nog wel even door kunnen gaan.

'De veranderende economische verhoudingen in de wereld en de technologische vooruitgang maken het noodzakelijk dat we binnen Europa sneller en meer gefocust samenwerken dan dat we nu doen.'

Ook binnen Europa werken normalisatie organisaties samen. Wij doen dat binnen CEN en CENELEC. In Europa hebben we de afspraak gemaakt dat nationale normen worden ingetrokken zodra er sprake is van een Europese. In potentie vormt Europa daarmee een krachtige en unieke economische eenheid met gelijkluidende normen voor de hele markt. Maar ook onze Europese samenwerking wordt helaas gekenmerkt door verlies aan slagkracht als gevolg van versnippering (we zijn met maar liefst 34 landen lid).


De veranderende economische verhoudingen in de wereld en de technologische vooruitgang maken het noodzakelijk dat we binnen Europa sneller en meer gefocust samenwerken dan dat we nu doen. En dat we minder bezig zijn met het benadrukken van onze onderlinge verschillen. Pas dan kunnen we de enorme economische potentie van de Europese Single Market maximaal benutten en voorop lopen op een aantal voor ons belangrijke terreinen. Daarvoor zijn door de net aangetreden Europese Commissie een aantal gewaagde doelstellingen geformuleerd op het gebied van klimaat, digitale transitie, economische groei. Aan al deze doelen draagt standaardisatie in belangrijke mate bij, denk aan de afspraken die worden gemaakt voor klimaatbestendig bouwen, de ambitie om de ethiek en betrouwbaarheid van artifical intelligence te borgen en gegevensuitwisseling in de zorg.

En hoe zit het eigenlijk hier in Nederland?

Wat zijn onze nationale doelen waaraan normalisatie een bijdrage kan leveren? In Nederland zijn we niet zo van de ambitieuze doelen, maar we hebben wel topsectoren, klimaattafels, innovatieagenda’s etc. Op welke wijze kan normalisatie daar een bijdrage aan leveren? NEN heeft recent het voortouw genomen om samen met het ministerie van EZK te komen tot een nationale normalisatie agenda. De bedoeling hiervan is dat wij het komende jaar in gesprek gaan met onze stakeholders om met elkaar vast te leggen waar wij ons in Nederland op moeten richten en hoe wij daar door normalisatie aan kunnen bijdragen. Het is de ambitie om deze agenda eind 2020 met elkaar vast te stellen, zodat die kan dienen als richtsnoer voor onze activiteiten ten behoeve van al onze Nederlandse stakeholders.

Ik ken genoeg mensen die sceptisch zijn over de UN Sustainable Development Goals, over grote Europese ambities en ambitieuze nationale agenda’s. Vaak terecht, want het zijn soms inderdaad slechts holle woorden en loze beloftes. Maar ik denk toch dat het hardop uitspreken van ambities, hoe ver in de toekomst ook, noodzakelijk is voor het initiëren van samenwerking en mobiliseren van energie en middelen. Dergelijke ambities moeten dan wel haalbaar zijn, concreet en worden gedragen door alle betrokkenen. Wat mij betreft zijn dergelijke doelstellingen dan geen loze beloftes, maar inspireren zij ons om boven onszelf en onze eigen belangen uit te stijgen. En te zorgen dat we als normalisatie organisaties in Nederland, in Europa en in de rest van de wereld met elkaar aan de slag gaan om die ambities waar te maken.


In dit nummer van NENMagazine vindt u een aantal prachtige voorbeelden van de manier waarop wij vanuit Nederland een bijdrage proberen te leveren aan een wereld die voorspoediger, veiliger, gezonder en duurzamer is.

Rik van Terwisga, Algemeen directeur NEN
rik.vanterwisga@nen.nl