Assistentiehonden krijgen
een eigen norm

Assistentiehonden vergroten de zelfredzaamheid van iemand met een beperking en stellen de gebruiker in staat om zo volwaardig mogelijk te participeren in de maatschappij. Van oudsher kennen we de blindengeleidehonden voor mensen met een visuele beperking en de ADL hond (Activiteiten in het Dagelijks Leven) voor mensen met een lichamelijke beperking. Daarnaast kunnen assistentiehonden voor andere beperkingen ingezet worden, zoals: doofheid, autisme, diabetes en PTSS. Maar hoe herken je een assistentiehond en hoe weet je of de hond kwalitatief goed is opgeleid?

Een assistentiehond kan getraind zijn voor verschillende soorten taken, bijvoorbeeld om iemand te begeleiden om van a naar b te komen, dingen op te pakken en te brengen, of te signaleren dat er sterke wisselingen in de bloedsuikerwaarden ontstaan. Natuurlijk is de assistentiehond ook nog steeds gewoon een hond, maar in principe gaan de talloze taken de hele dag door, zowel thuis als onderweg. Daarom is het ook noodzakelijk dat assistentiehonden overal welkom zijn.

Overal welkom of toch niet?

Mensen met een assistentiehond zijn overal welkom en mogen nergens de toegang geweigerd worden. Klinkt logisch toch? Om dit te garanderen is het zelfs vastgelegd in de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz). Toch komt het regelmatig voor dat assistentiehonden worden geweigerd in openbare gelegenheden, hotels, taxi’s en tal van andere plekken.


Dit komt onder andere doordat een assistentiehond niet altijd als zodanig wordt (h)erkend en dat talloze honden als assistentiehonden worden betiteld, terwijl ze dat niet zijn. Het scheppen van helderheid, voor diverse belanghebbenden, is daarom noodzakelijk. Die helderheid kan gecreëerd worden met behulp van Europese afspraken die in norm worden vastgelegd.

Van branche afspraken naar onafhankelijke norm

Een deel van de organisaties die assistentiehonden opleidt, is aangesloten en geaccrediteerd door een van de twee, of beide, internationale brancheorganisaties (IGDF en ADI); die standaarden voor assistentiehonden hebben ontwikkeld. In beide gevallen geldt echter dat de standaarden ontwikkeld, beheerd, geïmplementeerd en gecontroleerd worden door de branche zelf; een onafhankelijk instrument als een Europese of internationale norm zou hierin gewenst zijn.

Europese afspraken verbeteren kwaliteit, herkenbaarheid en toegankelijkheid

De nieuwe Europese normen moeten, door betere herkenbaarheid, leiden tot meer toegankelijkheid voor mensen die afhankelijk zijn van een assistentiehond. Daarnaast hebben breed gedragen eisen ook een positieve invloed op de kwaliteit van assistentiehonden. Goed-opgeleide assistentiehonden, die gemakkelijk herkend worden, kunnen zo mensen met een beperking in staat stellen zo volwaardig mogelijk te participeren in de maatschappij.


Daarnaast spelen Europese normen ook een rol als het gaat om de kwaliteitseisen (incl. nazorg) die aan opleiders van assistentiehonden worden gesteld, zodat helder is wat assistentiehondengebruikers en de samenleving mogen verwachten. Het moeten bruikbare en professionele normen worden, die ook (h)erkend worden door belanghebbenden als overheden en organisaties die verantwoordelijk zijn voor openbare ruimtes en vervoerders.

Europese afspraken met Nederlandse inbreng

De te ontwikkelen Europese norm is bedoeld voor de verschillende typen assistentiehonden. Hieronder vallen alle honden die iemand met een beperking een-op-een bijstaan en getraind zijn om bepaalde taken uit te voeren. De normcommissie Assistentiehonden verzorgt de inbreng vanuit Nederland en neemt actief deel in het Europese CEN-traject (CEN/TC 452 ‘Assistance dogs’). Zo vond onlangs de Europese vergaderweek van CEN/TC 452 en de onderliggende werkgroepen plaats bij NEN.


De normcommissie Assistentiehonden telt circa twintig leden. Dit zijn allemaal belanghebbende partijen zowel opleiders als gebruikers van assistentiehonden, maar ook de overheid en wetenschap. De normcommissie vormt zo een breed platform waar vertegenwoordigers van de private sector, belangenorganisaties en de overheid elkaar ontmoeten en besluiten nemen over nieuwe Europese normen. Door deze actieve participatie uit Nederland op Europees niveau kan een professionele standaard neergezet worden waar ook de Nederlandse belanghebbenden mee uit de voeten kunnen.


De actieve participatie blijkt bijvoorbeeld uit de deelname van een groot deel van de normcommissieleden als expert in één of meerdere CEN-werkgroepen, die zijn opgericht voor de volgende onderwerpen:

  • Terminology
  • Lifetime welfare
  • Competencies for assistance dogs’ professionals
  • Training and assessment
  • Client services
  • Accessibility


Deze Europese werkgroepen zijn eerst bezig met het nodige vooronderzoek, zodat begin volgend jaar gestart kan worden met het daadwerkelijk normontwikkelingstraject.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de normcommissiesecretaris Laura Mout, NEN AgroFood & Consument, e-mail afc@nen.nl.

'Normen zijn essentieel om voor gebruikers de kwaliteit van hun assistentiehond te waarborgen en toegang te garanderen tot openbare ruimtes.'
Martin Zwart, voorzitter normcommissie