INTERVIEW


Eindredacteur van NENMagazine, Melissa Janse, in gesprek met Constantijn van Oranje

Nederland moet het beste Europese ecosysteem voor tech start-ups worden

Begin dit jaar is Techleap.nl gelanceerd. Een feestelijk moment voor de innovatieve, Nederlandse bedrijven die de wereld willen veroveren. Constantijn van Oranje is ambassadeur, ook wel Special Envoy, voor start-ups en scale-ups in Nederland en wil met Techleap de ambitie ‘Nederland het beste ecosysteem voor tech start-ups te maken in Europa’ realiseren. De redactie van NENMagazine had de eer om Constantijn van Oranje te interviewen over Techleap, de samenwerking tussen NEN en Techleap en het geheim achter succesvol ondernemerschap.

Kunt u uitleggen wat Techleap voor organisatie is?

Techleap is een door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat gefinancierde organisatie, losstaand van de overheid, met de doelstelling om Nederland het beste ecosysteem voor tech start-ups en scale-ups te maken in Europa. We willen dat Nederland meer, makkelijker en slimmer kapitaal kan aanbieden aan start-ups en scale-ups. Met slimmer kapitaal bedoel ik, dat het niet alleen om geld gaat, maar dat investeerders ook business ervaring, contacten, toegang tot talent en klanten bieden. Daarnaast is er in NL een tekort aan ICT-talent. Nu duurt het zo’n 50 dagen voordat een ICT-vacature is ingevuld. In Engeland duurt dat 21 dagen. Op dat gebied moeten we aan de bak. We zien ook dat Nederlandse start-ups minder snel opschalen dan in andere succesvolle ecosystemen. En minder snel internationaliseren. Dat zijn grote uitdagingen en dus onze doelstellingen.

Als ambassadeur van start-ups en scale-ups zet u zich al langere tijd in voor de economische slagkracht van Nederland. Met name door nieuwe innovatieve bedrijven te ondersteunen en hen een podium te bieden in binnen- en buitenland. Wat waren voor u de voornaamste beweegredenen om dit nieuwe avontuur aan te gaan?

Ik zie enorm veel kansen in Nederland. We hebben goede ondernemers, wetenschappers, universiteiten en een overheid die heel graag wil innoveren. En multinationale bedrijven die heel succesvol zijn. We hebben dus een enorm potentieel. Maar hoe gaan we dat potentieel verzilveren? Die kans greep ik aan. Bij StartupDelta (voorganger van Techleap) was ik daar ook al mee bezig, maar de organisatie moest versterkt worden en beter gefinancierd. Veel belangrijker voor mij was dat de overheid, die zelf de ambitie verwoord had om het beste tech ecosysteem van Europa te willen zijn, deze agenda moest omarmen met effectief beleid. Techleap kan nog zoveel doen, maar het blijft beperkt in verhouding tot de middelen die de overheid heeft om het Nederlandse tech ecosysteem te versterken. Toen de regering zich daaraan committeerde, vond ik het een heel mooie uitdaging om me hier samen met Techleap de komende twee tot vier jaar voor in te zetten.

De Rijksoverheid wil Nederland in de wereldwijde top vijf van startup-landen of nummer één in Europa krijgen. Welke rol vervult Techleap in het realiseren van deze ambitie?

In de eerste plaats willen we goed in kaart brengen wat het Nederlandse start-up ecosysteem eigenlijk is. Wat zijn de sterke en zwakke punten van de start-ups? Dat proberen we te kwantificeren. Ten tweede delen we deze kennis met de overheid. Zo weet de overheid waar de aanwijsbare uitdagingen zitten en kan zij hierop acteren. Verder ontwikkelen we met allerlei stakeholders programma’s en initiatieven om knelpunten voor start-ups weg te nemen en hen waar mogelijk te versnellen. De meeste van deze acties zijn structureel van aard, maar we zijn gelukkig heel flexibel en kunnen ook inspringen waar nodig. Bijvoorbeeld in de coronacrisis toen er een groot financieringsprobleem ontstond. We hebben met EZK en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen toen het instrument Corona Overbruggingsleningen (COL) opgezet en sindsdien 1700 aanvragen ter waarde van 700 miljoen verwerkt.

Wat zijn volgens u kritieke succesfactoren in het Nederlandse ecosysteem voor start-ups en scale-ups om in die top 5 te komen?

Het is eigenlijk vrij simpel. De belangrijkste ingrediënten zijn geld en mensen. Waar haal je die mensen vandaan en hoe leid je ze op? Er moet voldoende diversiteit aan banenaanbod zijn bij start-ups, scale-ups of corporates. Heb je een goed idee en wil je een bedrijf opstarten, dan heb je geld nodig. Dus kapitaal is ook van belang. Daarbij komt ook nog technologie om de hoek kijken. Bij universiteiten en hogescholen worden vaak nieuwe dingen ontwikkeld. Daar komen veel start-ups uit. En het laatste punt is de markt, die heeft rekening te houden met regelgeving, wetgeving, standaarden en demografische samenstelling. Nederland is bijvoorbeeld heel digitaal, maar dat is niet overal in Europa zo.

'Ik zie enorm veel kansen in Nederland. We hebben goede ondernemers, wetenschappers, universiteiten en een overheid die heel graag wil innoveren. En multinationale bedrijven die heel succesvol zijn. We hebben dus een enorm potentieel. Maar hoe gaan we dat potentieel verzilveren?'

Constantijn van Oranje, Techleap

Wat hebben we in Nederland inmiddels op goed orde en waar moeten we nog echt aan werken?

We moeten eigenlijk nog aan alles werken. We hebben best goed opgeleide mensen, maar we zien een tekort aan harde ICT- en programmeervaardigheden. Dat groeit nu door Google Analytics en AI, nieuwe ontwikkelingen die nieuw talent nodig hebben. Maar daar zit een tekort. En we hebben ook te weinig ervaren executives. Bedrijven die snel moeten opschalen, hebben vaak baat bij mensen die het eerder hebben gedaan. En daar hebben we er niet zoveel van. Als je een groter ecosysteem hebt, dan is de ‘recycling’ van mensen veel groter.

Waar heeft u zich, sinds de oprichting van Techleap, positief over verbaasd?

In de eerste plaats over mijn team. We zijn in december pas begonnen. Half maart ontstond een volledig nieuwe situatie door het coronavirus. Op vrijdag 13 maart hebben we een enquête uitgezet naar de Nederlandse startups en scaleups. De maandag erop hadden we al 450 start-ups geënquêteerd en wisten we ongeveer wat de financieringsbehoefte was. We hebben alles omgegooid en zijn helemaal ingericht om start-ups en scale-ups te gaan helpen. Dat zat allemaal niet in ons plan of strategie, maar het is meteen opgepakt omdat het nodig was. Dat vond ik echt indrukwekkend. En wat ik ook fantastisch vind van deze tijd, is dat bedrijven ongelooflijk hard zijn geraakt, maar toch de flexibiliteit hebben om te kijken of ze met hun technologie iets anders kunnen maken en hoe je klanten op een andere manier kunt bedienen. En dan heb je start-ups en scale-ups die directe oplossingen bieden in deze crisis, innovaties uit de grond hebben gestampt en nu bezig zijn met de productie ervan. Dat is echt fantastisch.

Hoe worden nieuwe groeibedrijven ondersteund in deze uitdagende tijden?

In eerste plaats ging het er om de cashflow die wegvalt, op te vangen. Start-ups, die gefinancierd zijn door de oprichters of investeerders, vallen helaas niet onder de reguliere regelingen van de overheid. We hebben nu een regeling opgetuigd samen met het ministerie van Economische Zaken en de regionale ontwikkelingsmaatschappijen in het leven geroepen. Daar is nu 300 miljoen uitgekomen. De totale vraag zit eerder rond 600 miljoen. Dat is dus niet voldoende, maar het is in ieder geval iets. En het is onder goede voorwaarden. Veel start-ups en scale-ups moeten toch veel werknemers laten gaan. De gevolgen zijn nog niet goed te overzien. Misschien komt er een versnelling van innovatie op sommige gebieden, maar over het geheel zal er een behoorlijk aantal start-ups en scale-ups in serieuze problemen komen.

Stel, we zetten de klok drie jaar vooruit in de tijd. In welke domeinen/sectoren liggen dan de Nederlandse groeidiamanten?

Het hangt erg af van de keuzes die gemaakt gaan worden. Als we nu besluiten om te investeren in bedrijven van het verleden en niet de voorwaarden stellen dat bedrijven moeten vergroenen, digitaliseren, dan denk ik dat we helemaal geen groeidiamanten hebben. Als we het wel doen, dan denk ik dat we bij allerlei toepassingen in bijvoorbeeld de zorg en energietransitie, een enorme stap kunnen maken. Er moet in de zorg een enorme efficiëntieslag worden gemaakt. Meer buffers opbouwen. Ondertussen was de zorg al erg duur, dus we zullen we daar echt keuzes moeten maken. Wat je buiten de ziekenhuizen kan doen en hoe je zelf autonomie geeft over zorg en gezondheid. Dat zijn beslissingen, als we die nemen, waar veel start-ups een goede propositie voor kunnen bieden.

Op welke wijze kan NEN bijdragen aan de ambities van Nederlandse bedrijven die internationaal willen groeien?

In veel technologievelden zijn standaarden heel belangrijk om te zorgen dat wat we hier doen interoperabel is. Dat alle systemen dus met elkaar communiceren. Niet alleen in Nederland, maar ook in Europa en daarbuiten. De vertaling die NEN kan maken tussen wat we hier doen en Europese standaardiseringsorganisaties, is van groot belang. Als je kijkt naar nieuwe technologieën, moet er in een vroeg stadium rekening gehouden worden met standaarden. NEN kan ook een grote rol spelen om stakeholders bij elkaar te brengen en goede afspraken te maken.

Hoe verhoudt zich dat tot een samenwerking met Techleap en andere partijen in het ecosysteem?

We kijken altijd op een strategische en opportunistische manier naar samenwerking. Hoe wil NEN bijvoorbeeld betrokken zijn bij de ontwikkeling van crypto blockchain toepassingen? Wil en kan NEN dan alleen betrokken zijn bij de gevestigde bedrijven of ook juist bij start-ups en scale-ups? Op nieuwe terreinen rond quantum computing en nanotech zijn ook afspraken nodig. Standaarden zijn normaliter niet de dingen waar je aan denkt bij een innovatie, maar wel noodzakelijk. Als je in de ontwerpkeuzes fouten maakt, kan dat je duur komen te staan als een scaleup wil opschalen. Techleap wil graag kijken hoe we een relatie kunnen opbouwen met NEN.

Welke vijf kenmerken zijn volgens u essentieel voor succesvol ondernemerschap?

Groter denken en dromen. Je moet de juiste combinatie van koppigheid hebben en ook beseffen dat je niet alles weet. Je moet om hulp durven vragen. Veel van de start-up ondernemers zijn te koppig, teveel met zichzelf bezig, en daardoor missen ze heel veel kennis van buiten. Daarbij moet je de capaciteit hebben om het verhaal te vertellen.

Als laatste, welke boodschap of tip wilt u als ambassadeur aan de lezers meegeven?

Bij start-ups gaat het niet om starters. Het gaat om techbedrijven die de ambitie hebben om snel, internationaal te groeien en succesvol te zijn. Zij concurreren met de grote bedrijven. Als wij in Nederland onze autonomie willen houden, en onze economie innovatief en concurrerend, dan moeten we een klimaat scheppen waar dit soort bedrijven van de grond kunnen komen en succesvol zijn. Als dat niet lukt, dan gaan we de slag naar industrie 4.0 of 5.0 niet winnen.